"Personeelsmedewerker kan sparringpartner zijn"

Wim van der Veer brengt in cursus saaie regels tot leven

“Je hebt enig historisch inzicht nodig om de rechtpositie van onderwijspersoneel te begrijpen. Er zijn veel rare overblijfsels uit het verleden in de regelgeving en de CAO’s. Terwijl over actuele thema’s als het verminderen van de werkdruk juist weer heel weinig geregeld blijkt te zijn. Door je als medewerker personeelszaken meer inzicht te verwerven, kun je dingen beter regelen voor het persdoneel van je school en word je tevens een sterkere gesprekspartner van de schoolleiding.” FiAC-docent Wim van der Veer, zelf schoolleider in Leiden, kijkt met plezier uit naar de cursussen voor  personeelsmedewerkers en over arbeidsrecht die vanaf november 2018 van start gaan.

Het personeelsbeleid en daarmee het hanteren van bijhorende regelgeving is vanouds het domein van de schoolleiding. Wim van der Veer vindt dat het ook in belang van de (con)rector of directeur is dat een medewerker voor personeelszaken zich inhoudelijk schoolt. “Met de veelheid aan thema’s en regels is personeelszaken een complexe portefeuille, waar je op school zelden een sparring partner voor vindt. Vandaar dat ik met deze cursus een zekere gelijkwaardigheid in kennis en achtergrond nastreef. Je hebt als schoolleiding baat bij medewerkers die soms kritische vragen stellen. Die leveren ook input voor je beleid.”

Vreemd getal
Het onderdeel dat Wim van der Veer verzorgt betreft de opbouw en de reikwijdte van de CAO. “Ik neem de groep mee naar de intenties achter de regels, die op zichzelf soms wat bizar kunnen overkomen. Een cijfer als 1659 uur in de jaartaak klinkt vreemd. Je zou een op een rond getal afgerond aantal uren verwachten. Het is één van de dingen die je alleen vanuit het verleden kunt begrijpen. Achter regelingen liggen soms keuzes die meer dan twintig jaar geleden bij de invoering van de lump sum zijn gemaakt. Veel is er toen geregeld, maar veel ook niet. In hoe scholen functioneren is minder veranderd dan je ziet in het gedrag van de leerlingen en ook in de regelgeving. De grotere beleidsvrijheid die scholen kregen, is zelden volledig ingevul.Veel is nog steeds zo geregeld als in 1996, maar nu wel als keuze van de school zelf. Tegelijk zitten er vooral in de bekostiging elementen -ik noem het bewust gemaakte fouten- die fusies en schaalgrootte moesten stimuleren.”
Het thema dat het onderwijspersoneel momenteel hoog op de politieke agenda heeft weten te zetten, de vermindering van de werkdruk, kent ook bepalingen in de nieuwste CAO’s. “Als je er goed naar kijkt, zie je iets knellends in die bepalingen. Het doel is gesteld, maar je zult er als school zelf maatregelen en budget voor moeten vinden. Juist in die situatie heb je als school belang bij  personeelsmedewerkers met een voldoende kennisniveau. Als het gaat om hoe je dingen kunt aanpakken, vindt er binnen de groep altijd altijd kruisbestuiving plaats. Er is nooit gebrek aan praktijkvoorbeelden, waar we de cursus heel concreet mee kunnen maken. Uiteraard steek ik zelf ook dingen op uit de voorbeelden van de deelnemers.”

Tonnen vrij besteden
Wim van der Veer merkt dat gaande de cursus de materie steeds meer gaat leven. “Dit soort regelgeving heeft een saaie reputatie maar als je ermee aan de slag gaat, krijgen deelnemers er lol in. Net als met je huishoudboekje heb je 95% van je budget vastliggen, maar op schoolniveau is 5% ruimte wel een bedrag van enkele tonnen dat je helemaal vrij kunt besteden. Van de loonsom, de grootste  post, gaat in principe 10% naar scholing. Een besteding waar je vanuit je onderwijsvisie richting aan kunt geven. Een personeelsmedewerker ken ervoor zorgen dat je als school zicht op hebt hoe het scholingsgeld wordt besteed. Uit onderzoek blijkt dat scholingsplannen en beleid voor vermindering van de werkdruk meestal heel beperkt zijn ingevuld. Een mooie uitdaging in het verlengde van deze cursus.”